Zoeken binnen deze pagina kan met de toetscombinatie ctrl
+ F
Verslag 1e leerlingpanel 5 okt. 2009.
Algemene informatie over de leerlingpanels.
Het leerlingenpanel
bestaat uit de volgende leerlingen:
Erik van Dijk en Albert Pool uit groep 7
Boas Broos uit groep 8
Erik van Dijk (was vanwege ziekte niet aanwezig bij het 1e gesprek)
De schooldirecteur, Martijn van der Weerd, heeft het gesprek met het
leerlingenpanel gevoerd en hiervan een verslag gemaakt.
Allereerst heeft hij toegelicht wat de rol van het leerlingenpanel
exact is. Hij heeft verteld dat de directeur en de leerkrachten het
belangrijk vinden om te weten wat er leeft onder de kinderen en wat
hun meningen zijn. Dit kan het team helpen bij het ontwikkelen van
de school. Er is tevens gesproken over de rol van deze kinderen. Zij
vertegenwoordigen hun groep en dit betekent dat ze naast hun eigen
mening ook de mening van de groep moeten vertalen. Ook al delen ze
niet altijd deze mening zelf. De kinderen geven aan dat ze zich hier
bewust van zijn. Vervolgens is genoemd dat er bijna drie schooljaren
geleden een leerling tevredenheid onderzoek heeft plaats gevonden.
Uit dit onderzoek zijn een aantal verbeterpunten naar voren gekomen,
o.a. aandacht voor de hygiëne in de school.
Met het leerlingenpanel is gesproken over de volgende twee
onderwerpen:
- Hygiëne in de wc’s
- Coöperatief leren
Er is aan de kinderen gevraagd de mening van de groep weer te geven.
Daarnaast heeft de schooldirecteur doorgevraagd naar bepaalde
aspecten van de bovenstaande onderwerpen.
- 1. Hygiëne in de WC’s
Positieve punten:
a. De leerlingen vinden de aanschaf van de zeeppompjes en de
papieren handdoekdispensers een goede verbetering. Dit betekent dat
de handen goed kunnen worden gewassen na de toiletgang.
Verbeterpunten en/of opmerkingen t.a.v. het wc gebruik door de
leerlingen.
De kinderen geven aan dat het zowel in de jongens als meisjes wc
wel eens ruikt naar urine. Als oplossing dragen ze aan dat er
eventueel luchtverfrissers bovenaan de deuren kunnen komen, zodat na
elke wc gang automatisch een fris geurtje wordt verspreid. Het komt
wel eens voor dat het toiletpapier op is. Vooral bij de meisjes.
Ook ligt er wel eens water bij de wasbak. De kinderen geven aan dat
elke groep een eigen wc heeft. Dit staat wel duidelijk aangegeven op
de toiletdeuren, maar niet elke leerling gaat naar de wc van zijn of
haar eigen groep.
Dat maakt het lastig voor de juf om te controleren wie er
bijvoorbeeld voor zorgt dat de wc niet netjes wordt achtergelaten.
Daarom worden kinderen soms onterecht aangesproken als een wc vies
is. De kinderen geven aan dat misschien een idee is om een slotje op
elke deur te maken met een eigen apart slot per klas. Dan kan de
leerling die merkt dat er iets niet goed is / vies is dit melden bij
de leerkracht.
De wc-bril is wel eens vies/nat. De leerlingen geven aan dat dit op
te lossen is door bijvoorbeeld speciale schoonmaakdoekjes aan te
schaffen om de wc-bril schoon te maken.
Reactie: De directeur geeft aan dat hij alle door de kinderen
genoemde punten bespreekt met de juffen in een vergadering. Hij
geeft daarbij aan dat de kinderen eigenlijk zelf al goed aangeven
dat het gaat om het eigen gedrag bij het naar de wc gaan. (samen
zorg je dat de wc’s niet te vies worden) De schoonmaker maakt de
wc’s elke dag schoon.
2. Coöperatief leren.
Positieve punten:
De kinderen geven aan dat de school duidelijk aan coöperatief
leren doet. Als leuke structuur wordt “Wie ben ik?” genoemd.
Het coöperatief leren is leerzaam en er wordt tijd voor gemaakt.
Het is leuk om met elkaar een spel of structuur te doen. Kinderen
die iets moeilijk vinden krijgen extra aandacht.
Verbeterpunten en/of opmerkingen t.a.v. het coöperatief leren.
De kinderen geven aan dat ze niet alle structuren even leuk
vinden. Als voorbeeld wordt genoemd het “eerst praten en een dan een
woordveld maken.” Soms verlangen ze naar meer structuren op een
hoger niveau en meer afwisseling (bijvoorbeeld bij de structuur bij
spelling) Aan de andere kant geven sommige leerlingen aan dat
structuren meer kinderlijk mogen zijn. Er wordt best veel aan
coöperatief leren gedaan, maar er is niet altijd even veel tijd
voor. De kinderen geven aan dat dit ook aan hun zelf ligt, omdat er
bijvoorbeeld gekletst wordt. Dan is er geen tijd meer.. Wel zouden
ze graag nog meer coöperatief leren willen doen, vooral “doe-dingen”
en structuren als “Wie ben ik?”
Reactie: De directeur geeft aan dat hij alle door de kinderen
genoemde punten bespreekt met de juffen in een teamvergadering. Hij
geeft daarbij aan dat de kinderen moeten beseffen dat de structuren
bij het coöperatief leren vaak lijken op spelletjes maar vooral
bedoeld zijn om leerstof te oefenen, waarbij kinderen die iets
moeilijk vinden kunnen leren van kinderen die iets goed kunnen. Het
hoeft (en kan) dan niet altijd leuk te zijn. Sommige leuke spellen
zoals het “balletje overgooien” zijn bedoeld om een goede sfeer te
creëren (teambouwers). Met elkaar willen samenwerken is nl. heel
belangrijk bij het coöperatief leren.
Aan het einde van het overleg stelt de directeur nog twee vragen aan
het leerlingenpanel:
Hoe vond je het om aan dit leerlingenpanel deel te nemen?
Hoe was de voorbereiding met de klas?
Op de eerste vraag geeft een leerling aan dat hij best
zenuwachtig was, maar het erg leuk vond. Beide kinderen geven aan
dat het goed is dat er een leerlingenpanel is. “We mogen onze mening
geven en er wordt gekeken of er dingen kunnen veranderen!” De
kinderen geven aan dat de voorbereiding heel goed is geweest. De juf
had hier veel tijd voor uitgetrokken er is goed overlegd in de
groepjes.
De kinderen vonden hun rol (praten namens de hele groep) niet
moeilijk. Juf had gezegd dat ‘je eigen gevoel moet uitschakelen en
moet vragen wat de ander vindt.’
De directeur bedankt de kinderen voor hun deelname aan het gesprek
en vertelt dat zij een verslag krijgen dat ze moeten goedkeuren
voordat het op de schoolwebsite wordt gezet. Als iets niet goed in
het verslag staat of als zij iets missen dan mogen ze dat zeggen en
dan wordt dit aangepast.
05-10-2009
Verslag: Martijn van der Weerd. Dit verslag is met toestemming van
de kinderen op de schoolwebsite geplaatst.